De Nederlandse kunst- en cultuursector behoort tot de sterkste van Europa, maar veel kunstenaars merken daar financieel nauwelijks iets van. Dat blijkt uit de ArtOranje KunstBarometer 2026, die zaterdag werd gepresenteerd in Martiniplaza in Groningen.
Volgens het onderzoek vertegenwoordigt de totale cultuur- en mediasector in Nederland een economische waarde van 33 miljard euro, terwijl beeldend kunstenaars gemiddeld moeten rondkomen van een bruto maandinkomen van 1580 euro.
De presentatie vond plaats tijdens ArtOranje, een nieuwe kunstbeurs van de Lenthe Foundation in coproductie met Martiniplaza. Meer dan honderd kunstenaars presenteren er dit weekend ruim duizend kunstwerken. De initiatiefnemers hopen dat de beurs uitgroeit tot een vaste waarde op de Nederlandse kunstkalender.
De hoogleraar noemt de sector van grote maatschappelijke betekenis. „Misschien niet eens zozeer vanwege de grootte van de sector zelf, maar wel wat die de maatschappij brengt.”
Cultuurparticipatie
De jaarlijkse ArtOranje KunstBarometer, gebaseerd op cijfers van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat, de Cultuurmonitor en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, vergelijkt de kunst- en cultuursectoren in Europa, Nederland en Noord-Nederland. Daaruit blijkt dat Nederland Europees koploper is in culturele werkgelegenheid en cultuurparticipatie.
Maar op de vraag of het goed gaat met de sector was Koster terughoudend. „Ik neig meer naar niet goed”, zei hij. Volgens hem zit een deel van het probleem in de manier waarop kunstenaars hun inkomen verdienen. „Achter een schilderij of kunstwerk gaan vaak veel werk en kosten schuil, terwijl daar uiteindelijk maar één verkoop tegenover staat.”
De Groninger D66-fractievoorzitter Jim Lo-A-Njoe pleitte daarom voor nieuwe manieren om kunstenaars te laten meeprofiteren van de waardestijging van hun werk. Hij trok daarbij een vergelijking met de sportwereld, waarin amateurclubs soms jarenlang inkomsten ontvangen wanneer een oud-speler later voor hoge bedragen wordt getransfereerd.
Beeldend kunstenaar Sam Drukker merkte op dat zo’n systeem in feite al bestaat. Hij verwees naar het zogenoemde volgrecht, waarbij kunstenaars onder voorwaarden recht hebben op een vergoeding wanneer hun werk later voor een hogere prijs wordt doorverkocht. In de praktijk wordt daar volgens hem echter lang niet altijd uitvoering aan gegeven. „Kunsthandelaren en veilinghuizen hebben er weinig belangstelling voor. Dus het wordt eigenlijk bijna nooit gedaan.”
Culturele Hoofdstad
De barometer kijkt ook specifiek naar Noord-Nederland. Groningen behoort tot de provincies die relatief veel publiek geld aan cultuur besteden, terwijl Friesland en Drenthe hoog scoren op maatschappelijke steun voor cultuur via donaties en vrijwilligerswerk. Tegelijkertijd is de concentratie kunstenaars in Noord-Nederland kleiner dan in de Randstad.
In dat licht kwam ook de ambitie voorbij om Groningen kandidaat te stellen voor Culturele Hoofdstad van Europa in 2033. Volgens Lo-A-Njoe is een sterke creatieve sector niet alleen belangrijk voor kunstenaars, maar ook voor de aantrekkelijkheid van een regio als geheel. „We hebben die creatieve sector echt nodig om Groningen verder te helpen.”
Lo-A-Njoe verwacht dat de Groningse politiek uiterlijk 1 juli groen licht geeft voor de kandidatuur. Hij wees erop dat verschillende partijen zich eerder positief hebben uitgesproken over het plan. Mocht de ambitie niet in het nieuwe coalitieakkoord terechtkomen, dan heeft de politiek volgens hem „een probleem”.

Add comment